Nationaal Wielermuseum Roeselare

Contactgegevens Wielermuseum Roeselare
Polenplein 15
8800 Roeselare
tel. 051 26 87 40
e-mail: wielermuseum@roeselare.be
website www.wielermuseum.be
WieMu Roeselare


Het Wielermuseum brengt zowel de geschiedenis van de fiets als die van de wielersport in kaart. Van de houten loopfiets tot de eerste trapfietsen van Macmillan. Je vindt het allemaal in de Odiel Defraeye-zaal, genoemd naar de Rumbekenaar die er in 1912 in slaagde om als eerste Belg de Ronde van Frankrijk te winnen. In de bovenzaal of Jean-Pierre Monseré-zaal komt de wielerfanaat volop aan zijn trekken in de tijdelijke tentoonstellingen.

Het Wielermuseum is echter méér dan zomaar een museum. Het is op korte tijd uitgegroeid tot hét trefpunt van de wielersport in ons wielerland, België. Het heeft een uniek documentatiecentrum, het is de plaats waar ingespeeld wordt op de wieleractualiteit...
Kortom, het Wielermuseum is een thuis voor elke fan!

Nationaal Wielermuseum Roeselare

In het Nationaal Wielermuseum, gehuisvest in het imposante vroegere brandweerarsenaal van Roeselare, wacht je een boeiende ontdekkingsreis door de geschiedenis van het rijwiel en de wielrennerij.

De Duitser, Karl Friedrich Ludwig von Drais vond in 1818 de loopfiets uit en ruim 80 jaar later kon bijna iedereen een safety of een veilige fiets kopen die vele vergelijkenissen vertoont met de huidige stadsfiets. In diezelfde periode, het begin van de 20ste eeuw, groeide de wielersport in Vlaanderen. Renners als Cyrille van Hauwaert en Odiel Defraeye maakten carrière in het buitenland.


Openingsuren Nationaal Wielermuseum
Maandag: Gesloten
Dinsdag: 10u - 17u
Woensdag: 10u - 17u
Donderdag: 10u - 17u
Vrijdag: 10u - 17u
Zaterdag: 10u - 17u

Gesloten op zondag, maandag en feestdagen.
Groepsbezoek is mogelijk, gelieve hiervoor 10 werkdagen op voorhand te reserveren.


Toegangsprijzen:
individueel ticket: € 5
groepen (+ 15 personen): € 4
zestigplus: € 4
Roeselaarnaars: € 1
lerarenkaart: € 1
12- tot -26-jarigen: € 1
jonger dan 12 jaar: GRATIS
andersvaliden (incl. begeleiders): GRATIS

GRATIS bezoek op Erfgoed- en Open Monumentendag.


Wielergeschiedenis:

De mens heeft vanaf zijn bestaan gepoogd om zich op verschillende wijzen sneller te verplaatsen. Het Nationaal Wielermuseum is gewijd aan één van die manieren, namelijk het rijwiel.

Als oudste fietsgegeven wordt een kopie van een misericordia met de afbeelding van een kinderlooptoestel genomen (ca. 1480), nu blijkt dat de "fiets" van Leonardo da Vinci vervalst was. Nochtans menen sommigen reeds in het Oude Egypte gegevens te vinden die wijzen op de eerste fietssporen.

In 1760 vervaardigde Michaël Kessler enkele loopfietsen als voorlopers van de eerste echte tweewielers of "draisines", die in 1816 door Carl Ludwich Freiherr von Drais von Sauerbronn werden ontworpen.

De Schot K. Macmillan vervaardigde in 1839 als eerste een systeem waardoor je het rijwiel via trappers kon voortbewegen.

Voor de definitieve lancering van de trapfiets zorgde de Fransman Michaux in 1861. Zijn door trappers aangedreven vélocipède was de voorloper van de hoge bi die tussen 1870 en 1890 heel wat succes kende.

Omstreeks 1885 brak het tijdperk aan van de hedendaagse fiets, maar echt comfortabel kon de tweewieler pas genoemd worden door de uitvinding van de luchtbanden door Dunlop 1888.

Aanvankelijk kon enkel de begoede burgerij zich een fiets aanschaffen om er zondagsuitstapjes mee te maken.

Weldra organiseerde men wedstrijden in het "rennen op wielen". Maar vanaf het moment dat de tweewielers hun nut bewezen hadden, evolueerden ze van exclusief sporttuig tot populair vervoer- en verplaatsingsmiddel. Zo werd de fiets stilaan een gebruiksvoorwerp voor iedereen: politie, handelaars, werklui,...

Tot de jaren 1960 was de fiets het vervoermiddel bij uitstek. Nadien namen de auto en de bromfiets meer en meer deze rol over, maar won het rijwiel aan belang als recreatiemiddel.

In de opgang van de nationale wielrennerij hebben West-Vlaanderen en de regio Roeselare, een niet te onderschatten rol gespeeld. Denken we maar aan Odiel Defraeye, die in 1912 als eerste Belg de Ronde van Frankrijk won, of aan Jean-Pierre Monseré, die zich in Britse Leicester in 1970 tot wereldkampioen kroonde, maar het jaar daarop tijdens een wielerwedstrijd in Retie bij een ongeval om het leven kwam.